Laatst bijgewerkt: 18 February 2026
Artikel 6:162 BW - Het Fundament van Aansprakelijkheid
De wettelijke basis voor letselschadeclaims. Vier vereisten die recht geven op schadevergoeding.
De Wettekst van Artikel 6:162 BW
Artikel 6:162 lid 1 BW:
"Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden."
Artikel 6:162 lid 2 BW:
"Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond."
Artikel 6:162 lid 3 BW:
"Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt."
De Vier Vereisten voor Aansprakelijkheid
Op grond van artikel 6:162 BW moet aan vier cumulatieve vereisten zijn voldaan voor aansprakelijkheid:
1. Onrechtmatige Daad
De handeling moet onrechtmatig zijn. Lid 2 noemt drie categorieen:
a) Inbreuk op een recht
Schending van subjectieve rechten zoals het recht op lichamelijke integriteit, eigendomsrecht of persoonlijkheidsrechten. Bij letselschade gaat het vrijwel altijd om inbreuk op het recht op lichamelijke integriteit.
Jurisprudentie: HR 9 december 1994, NJ 1996/403 (Zwiepende tak)
b) Strijd met wettelijke plicht
Overtreding van geschreven rechtsregels, zoals verkeersregels (Wegenverkeerswet), arbeidsomstandighedenwetgeving (Arbowet), of de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO).
Jurisprudentie: HR 22 april 1994, NJ 1994/624 (Taxusstruik)
c) Strijd met maatschappelijke zorgvuldigheid
Handelen in strijd met ongeschreven zorgvuldigheidsnormen. Dit betreft de "Kelderluik-criteria" uit HR 5 november 1965:
- Waarschijnlijkheid dat derden niet opletten
- Kans op een ongeval
- Ernst van de mogelijke gevolgen
- Bezwaarlijkheid van voorzorgsmaatregelen
2. Toerekenbaarheid
De onrechtmatige daad moet aan de dader kunnen worden toegerekend. Toerekening is mogelijk op twee gronden:
a) Schuld
De dader handelde verwijtbaar. Hij wist of behoorde te weten dat zijn handelen tot schade kon leiden. Bij letselschade geldt een objectieve schuldmaatstaf: wat mag van een redelijk handelend persoon in dezelfde omstandigheden worden verwacht?
b) Risico-toerekening
Op grond van de wet of verkeersopvattingen komt de handeling voor rekening van de dader, ook zonder persoonlijke schuld. Voorbeelden: werkgeversaansprakelijkheid (art. 7:658 BW ), aansprakelijkheid voor dieren (art. 6:179 BW ).
Jurisprudentie: HR 8 februari 1985, NJ 1986/137 (Renteneurose)
3. Schade
Er moet daadwerkelijk schade zijn geleden. Op grond van artikel 6:95 BW omvat dit:
- Vermogensschade (art. 6:96 BW ): geleden verlies en gederfde winst
- Ander nadeel (art. 6:106 BW ): immateriële schade, smartengeld
De schade moet concreet worden begroot en onderbouwd met bewijsstukken.
4. Causaal Verband
Er moet causaal verband bestaan tussen de onrechtmatige daad en de schade. Juridisch worden twee soorten verband onderscheiden:
a) Condicio sine qua non (csqn)
Zonder de onrechtmatige daad zou de schade niet zijn ingetreden. Dit is de feitelijke causaliteit.
b) Toerekeningsverband (art. 6:98 BW )
De schade moet in redelijkheid aan de dader kunnen worden toegerekend, gezien de aard van de aansprakelijkheid en de schade. Hierop zijn de "Brunner-factoren" van toepassing:
- Aard van de aansprakelijkheid
- Aard van de schade
- Voorzienbaarheid
- Verwijderdheid van de schade
Jurisprudentie: HR 2 november 1979, NJ 1980/77 (Vader Versluis)
Relevante Jurisprudentie
HR 5 november 1965, NJ 1966/136 (Kelderluik)
Leidend arrest voor de invulling van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm. De Hoge Raad formuleerde vier gezichtspunten voor de beoordeling van gevaarscheppend gedrag.
HR 23 februari 2007, NJ 2007/503 (De Groot/Io Vivat)
Belangrijke uitspraak over de omkeringsregel bij schending van veiligheidsnormen. Als een veiligheidsnorm is geschonden die specifiek strekt tot bescherming tegen een bepaald gevaar, wordt het causaal verband in beginsel aangenomen.
HR 7 december 2001, NJ 2002/576 (Zwolsche Algemeene/De Greef)
Richtinggevend arrest voor de toerekening van schade bij onrechtmatige daad in verhouding tot eigen schuld van het slachtoffer.
Toepassing in Letselschadezaken
Verkeersongevallen
Bij verkeersongevallen vormt artikel 6:162 BW vaak de subsidiaire grondslag naast artikel 185 WVW. De onrechtmatige daad bestaat uit schending van verkeersregels of onzorgvuldig verkeersgedrag.
Arbeidsongevallen
Naast de specifieke werkgeversaansprakelijkheid van artikel 7:658 BW kan ook artikel 6:162 BW worden ingeroepen, bijvoorbeeld tegen derden op de werkplek of bij bewuste roekeloosheid van de werkgever.
Medische aansprakelijkheid
De onrechtmatige daad kan bestaan uit schending van de professionele standaard (art. 7:453 BW ) of het informed consent-vereiste. Artikel 6:162 BW fungeert als vangnet naast de contractuele aansprakelijkheid.
Rechtvaardigingsgronden
Lid 2 van artikel 6:162 BW noemt de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond als uitzondering. Erkende rechtvaardigingsgronden zijn:
- Noodweer (art. 41 lid 1 Sr)
- Noodtoestand
- Overmacht
- Wettelijk voorschrift (art. 42 Sr)
- Bevoegd gegeven ambtelijk bevel (art. 43 lid 1 Sr)
- Toestemming van de gelaedeerde
Juridische Onderbouwing Nodig?
Onze juristen bouwen uw claim op solide juridische gronden. Artikel 6:162 BW correct toegepast.
Start Uw Claim