Laatst bijgewerkt: 18 February 2026
Artikel 185 WVW - Bescherming bij Verkeersongevallen
Wettelijke bescherming voor fietsers en voetgangers. Minimaal 50% vergoeding, omkering bewijslast.
De Wettekst van Artikel 185 WVW
Artikel 185 lid 1 Wegenverkeerswet 1994:
"Indien een motorrijtuig waarmee op de weg wordt gereden, betrokken is bij een verkeersongeval waardoor schade wordt toegebracht aan, niet door dat motorrijtuig vervoerde, personen of zaken, is de eigenaar van het motorrijtuig of - Loss die het motorrijtuig houdt krachtens een overeenkomst van huur en verhuur of uit hoofde van een overeenkomst van lease - de houder verplicht om die schade te vergoeden, tenzij aannemelijk is dat het ongeval is te wijten aan overmacht, daaronder begrepen het geval dat het is veroorzaakt door iemand, voor wiens gedragingen noch de eigenaar noch de houder aansprakelijk is en dat derhalve noch aan het motorrijtuig noch aan die eigenaar of houder enig verwijt kan worden gemaakt."
Kernpunten van Artikel 185 WVW
1. Risicoaansprakelijkheid
Artikel 185 WVW vestigt een risicoaansprakelijkheid voor de eigenaar/houder van het motorrijtuig. Dit betekent dat aansprakelijkheid niet afhankelijk is van schuld, maar voortvloeit uit het enkele feit dat het motorrijtuig bij het ongeval betrokken was.
De ratio hierachter is dat gemotoriseerd verkeer bijzondere gevaren schept voor onbeschermde verkeersdeelnemers. De wetgever heeft gekozen voor een strenge aansprakelijkheid om deze zwakkere partijen te beschermen.
2. Overmachtsverweer
De enige mogelijkheid om aan aansprakelijkheid te ontkomen is het bewijzen van overmacht. De Hoge Raad heeft in het arrest IZA/Vrerink (HR 22 mei 1992, NJ 1992/527) bepaald dat voor overmacht vereist is:
- Dat aan de bestuurder rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt
- Ook niet het verwijt dat hij door zijn rijgedrag het gevaar in het leven heeft geroepen
- Dat het ongeval te wijten is aan de fout van een ander die zo onwaarschijnlijk was dat de bestuurder hiermee geen rekening hoefde te houden
In de praktijk slaagt een overmachtsverweer vrijwel nooit.
De 50%-Regel en 100%-Regel
De Hoge Raad heeft in een reeks arresten beschermende regels ontwikkeld voor zwakke verkeersdeelnemers:
De 50%-Regel
HR 28 februari 1992, NJ 1993/566 (IZA/Vrerink)
Als geen overmacht wordt aangenomen, krijgt de fietser of voetganger minimaal 50% van de schade vergoed, ook als eigen schuld wordt aangenomen. Dit geldt voor alle slachtoffers van 14 jaar en ouder.
De gedachte is dat het gemotoriseerd verkeer zodanige gevaren schept dat de gevolgen van de schade in beginsel voor rekening van de eigenaar/houder dienen te komen.
De 100%-Regel
HR 31 mei 1991, NJ 1991/721
Kinderen onder de 14 jaar krijgen altijd 100% van hun schade vergoed, tenzij sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid. De ratio is dat kinderen de gevaren van het verkeer onvoldoende kunnen inschatten.
Berekening Schadevergoeding
Bij vaststelling van de uiteindelijke schadevergoeding speelt de billijkheidscorrectie een belangrijke rol:
| Situatie | Minimum vergoeding | Billijkheidscorrectie |
|---|---|---|
| Kind onder 14 jaar | 100% | Niet van toepassing |
| Geen eigen schuld | 100% | Niet van toepassing |
| Eigen schuld, geen overmacht | 50% | Kan leiden tot hogere vergoeding |
| Ernst letsel hoog | 50% | Regelmatig 75-100% |
Relevante Jurisprudentie
HR 28 februari 1992, NJ 1993/566 (IZA/Vrerink)
Grondleggend arrest voor de 50%-regel. Een fietser die zonder kijken de rijbaan overstak kreeg 50% schadevergoeding. De Hoge Raad oordeelde dat de schade, bij gebreke van overmacht, ten minste voor de helft voor rekening van de automobilist komt.
HR 24 december 1993, NJ 1995/236 (Anja Kellenaers)
Bevestiging 100%-regel voor kinderen. Een 11-jarig meisje dat onverhoeds de weg overstak kreeg volledige schadevergoeding. Opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid werd niet aangenomen.
HR 3 juni 2005, NJ 2005/286 (London Verzekeringen/Aegon)
Verduidelijking over samenloop artikel 185 WVW en artikel 6:162 BW . Het slachtoffer kan kiezen op welke grondslag hij zijn vordering baseert.
HR 30 maart 2007, NJ 2008/64
Uitleg begrip "betrokken bij". Een motorrijtuig is betrokken als het fysiek contact heeft gehad met het slachtoffer of als het ongeval rechtstreeks verband houdt met de verkeerssituatie die door het motorrijtuig is geschapen.
Toepassingsbereik
Wel onder artikel 185 WVW:
- Ongevallen met auto's, motoren, brommers
- Fietsers en voetgangers als slachtoffer
- Passagiers van andere voertuigen (niet het veroorzakend voertuig)
- Ruiters te paard
- Bestuurders van gehandicaptenvoertuigen
Niet onder artikel 185 WVW:
- Ongevallen tussen twee motorrijtuigen ( 6:162 BW )
- Eenzijdige ongevallen
- Passagiers van het veroorzakend voertuig
- Ongevallen op eigen terrein (beperkt)
Eigen Schuld en Billijkheidscorrectie
Artikel 6:101 BW (eigen schuld) blijft van toepassing, maar wordt gecorrigeerd door de 50%-regel. De rechter moet twee stappen doorlopen:
- Causaliteitsverdeling: In welke mate hebben de gedragingen van beide partijen bijgedragen aan het ongeval?
- Billijkheidscorrectie: Leidt de causaliteitsverdeling tot een billijk resultaat, of moet worden gecorrigeerd?
Factoren bij de billijkheidscorrectie:
- Ernst van het letsel
- Leeftijd van het slachtoffer
- Ernst van de verwijtbaarheid over en weer
- Financiele draagkracht partijen
- Verzekeringsdekking
Aangereden als Fietser of Voetganger?
Op grond van artikel 185 WVW heeft u sterke juridische rechten. Minimaal 50% vergoeding. Laat uw zaak beoordelen.
Start Uw Claim