Laatst bijgewerkt: 18 February 2026
Kop-Staart Botsing - Juridisch Kader
Volledige juridische analyse: wettelijke grondslagen, de achteropstelregel, relevante jurisprudentie en smartengeldrichtlijnen bij achteropaanrijdingen.
Juridisch Kader Kop-Staart Botsing Aansprakelijkheid
De aansprakelijkheid bij kop-staart botsingen wordt beheerst door artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad) in combinatie met artikel 19 RVV 1990 (volgafstand). De Hoge Raad heeft de zogenaamde achteropstelregel ontwikkeld, waarbij op de achteroprijder een bewijslast rust om aan te tonen dat de botsing niet aan hem te wijten is.
Wettelijke Grondslagen Kop-Staart Botsing Volgafstand
Artikel 19 RVV 1990 - Volgafstand
"De bestuurder moet in staat zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is."
Juridische betekenis: Dit artikel vestigt een zorgplicht voor elke bestuurder om voldoende afstand te houden. Schending levert een overtreding op van een verkeersnorm die specifiek strekt tot bescherming tegen het gevaar dat zich heeft verwezenlijkt (vgl. HR 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6012).
Artikel 6:162 BW - Onrechtmatige Daad
De aansprakelijkheid voor letselschade bij verkeersongevallen wordt gebaseerd op artikel 6:162 BW . Voor aansprakelijkheid is vereist:
- Een onrechtmatige gedraging (handelen of nalaten)
- Toerekenbaarheid aan de dader
- Schade
- Causaal verband tussen gedraging en schade
- Relativiteit (geschonden norm strekt tot bescherming benadeelde)
De Achteropstelregel
Ontwikkeling in de Rechtspraak
De achteropstelregel is een door de rechtspraak ontwikkelde bewijslastverdeling. De regel houdt in dat de achteroprijdende bestuurder in beginsel aansprakelijk is voor de ontstane schade, tenzij hij slaagt in het bewijs dat:
- De voorligger plotseling en zonder enige verkeersrechtelijk te rechtvaardigen reden remde
- De voorligger opzettelijk handelde om een botsing te veroorzaken
- Sprake was van een mechanisch defect aan de voorligger (bijvoorbeeld defecte remlichten)
- Een derde de botsing veroorzaakte
Relevante Jurisprudentie
Rechtbank Midden-Nederland 12-03-2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:1087
De rechtbank oordeelde dat de achteroprijder aansprakelijk is, ook indien de voorligger plotseling remde voor een gevaar op de weg. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de achterligger om voldoende afstand te houden voor onvoorziene situaties.
Gerechtshof Amsterdam 15-09-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2567
Het hof bevestigde dat de enkele stelling dat de voorligger "abrupt" remde onvoldoende is om de achteropstelregel te doorbreken. Concreet bewijs van abnormaal rijgedrag is vereist.
Hoge Raad 08-12-2017, ECLI:NL:HR:2017:3108
De Hoge Raad oordeelde dat bij schending van verkeersregels die strekken tot bescherming tegen een bepaald gevaar, de omkeringsregel van toepassing kan zijn voor het causaal verband.
Letselschade en Smartengeld
Whiplash Associated Disorders (WAD)
Kop-staart botsingen resulteren frequent in whiplash-letsel. De Smartengeldgids en ANWB Smartengeldindex hanteren de volgende richtlijnen:
| WAD-Classificatie | Beschrijving | Smartengeld Indicatie |
|---|---|---|
| WAD I | Nekklachten zonder objectieve afwijkingen, herstel <3 maanden | €1.500 - €4.000 |
| WAD II | Nekklachten met beperkte beweeglijkheid, herstel 3-12 maanden | €4.000 - €15.000 |
| WAD III | Nekklachten met neurologische uitval, herstel >12 maanden | €15.000 - €40.000 |
| WAD IV | Fractuur of dislocatie, blijvende invaliditeit | €40.000 - €150.000+ |
Schadevergoeding ex Artikel 6:95- 6:110 BW
Vergoedbare Schadeposten
Op grond van artikelen 6:95 e.v. BW komen de volgende schadeposten voor vergoeding in aanmerking:
| Schadepost | Wettelijke Grondslag | Toelichting |
|---|---|---|
| Smartengeld | Art. 6:106 lid 1 sub b BW | Vergoeding voor aantasting in de persoon: lichamelijk letsel, pijn en verlies van levensvreugde |
| Medische kosten | Art. 6:96 lid 2 sub a BW | Alle redelijke kosten ter vaststelling van letsel en ter beperking van schade |
| Verlies arbeidsvermogen | Art. 6:95 juncto 6:107 BW | Gemist inkomen en verminderde verdiencapaciteit |
| Huishoudelijke hulp | Art. 6:96 lid 2 sub b BW | Kosten van vervangende huishoudelijke werkzaamheden |
| Buitengerechtelijke kosten | Art. 6:96 lid 2 sub c BW | Kosten van rechtsbijstand ter verkrijging van schadevergoeding |
Procesrechtelijke Aspecten
Verjaring
De vordering tot schadevergoeding verjaart ingevolge artikel 3:310 BW :
- Korte verjaringstermijn: 5 jaar na bekendheid met schade en aansprakelijke persoon
- Lange verjaringstermijn: 20 jaar na de schadeveroorzakende gebeurtenis
Bewijslastverdeling
- De benadeelde moet stellen en bij betwisting bewijzen: onrechtmatige daad, schade en causaal verband
- De achteropstelregel keert de bewijslast om voor de component schuld/onrechtmatigheid
- Bij schending van specifieke veiligheidsnormen (art. 19 RVV) kan de omkeringsregel gelden voor het causaal verband
Juridische Beoordeling Nodig?
Onze letselschade-experts analyseren uw zaak op basis van actuele jurisprudentie en de toepasselijke wetsartikelen. Gratis en vrijblijvend.
Vraag Juridische Analyse Aan